Omschrijving
De Chiesa della Santissima Annunziata is de grote kerk van de servieten in Pistoia, aan het Piazza dei Servi: een veertiende-eeuwse zaalkerk van 47 meter lang, bekleed met vergulde achttiende-eeuwse stucwerken, met ernaast een kloostergang met zesentwintig beschilderde lunetten.
Binnen valt het contrast op tussen het open spantendak uit de vijftiende eeuw, met zijn oorspronkelijke beschildering, en de barokke wanden: altaren van verguld hout, grote stucwerkkruisen en twee rijen fresco's. Bovenaan zestien heiligen en zaligen van de orde door Niccolò Nannetti, daaronder de engeltjes van Giovanni Domenico Ferretti.
Meteen rechts van de ingang hangt de Vergine Annunziata, een veertiende-eeuws fresco dat de kerk haar naam gaf. In 1590 voegde Sebastiano Vini de engel, God de Vader en de ruimte eromheen toe: van dichtbij zie je nog waar het nieuwe pleisterwerk op het oude aansluit.
In het koor, onder het gewelf met Ferretti's fresco van de Annunciatie, hangt onder meer de Maria-Tenhemelopneming die Santi di Tito in 1572 schilderde. In de kloostergang, met zuilen van pietra serena en Ionische kapitelen, vertellen de lunetten die Bernardino Poccetti en andere Florentijnse en Pistoiese schilders in de zeventiende eeuw maakten over het ontstaan van de orde.
De levendigste verhalen gaan over de zalige Buonaventura Bonaccorsi uit Pistoia. Op de lunetten zie je hem eerst met helm en harnas, als leider van de ghibellijnse partij die zijn vijanden vervolgt; daarna, na een preek van de heilige Filippo Benizi in 1276, terwijl hij hen in het openbaar omhelst en al zijn rijkdom aan de armen geeft.
Buonaventura stierf in 1315 in Orvieto. Zijn stoffelijk overschot rust in een vergulde urn onder een altaar in het linkerschip; het werd voor zijn zeshonderdste sterfdag naar Pistoia gebracht.
Aan de kerk werd begonnen in 1269–1270, op grond van de familie Cancellieri die toen buiten de stadsmuren lag, en daarom heette ze Santa Maria del Poggio. Van de oorspronkelijke kerk is de klokkentoren over, 27 meter hoog, met vier gotische vensters.
Binnen valt het contrast op tussen het open spantendak uit de vijftiende eeuw, met zijn oorspronkelijke beschildering, en de barokke wanden: altaren van verguld hout, grote stucwerkkruisen en twee rijen fresco's. Bovenaan zestien heiligen en zaligen van de orde door Niccolò Nannetti, daaronder de engeltjes van Giovanni Domenico Ferretti.
Meteen rechts van de ingang hangt de Vergine Annunziata, een veertiende-eeuws fresco dat de kerk haar naam gaf. In 1590 voegde Sebastiano Vini de engel, God de Vader en de ruimte eromheen toe: van dichtbij zie je nog waar het nieuwe pleisterwerk op het oude aansluit.
In het koor, onder het gewelf met Ferretti's fresco van de Annunciatie, hangt onder meer de Maria-Tenhemelopneming die Santi di Tito in 1572 schilderde. In de kloostergang, met zuilen van pietra serena en Ionische kapitelen, vertellen de lunetten die Bernardino Poccetti en andere Florentijnse en Pistoiese schilders in de zeventiende eeuw maakten over het ontstaan van de orde.
De levendigste verhalen gaan over de zalige Buonaventura Bonaccorsi uit Pistoia. Op de lunetten zie je hem eerst met helm en harnas, als leider van de ghibellijnse partij die zijn vijanden vervolgt; daarna, na een preek van de heilige Filippo Benizi in 1276, terwijl hij hen in het openbaar omhelst en al zijn rijkdom aan de armen geeft.
Buonaventura stierf in 1315 in Orvieto. Zijn stoffelijk overschot rust in een vergulde urn onder een altaar in het linkerschip; het werd voor zijn zeshonderdste sterfdag naar Pistoia gebracht.
Aan de kerk werd begonnen in 1269–1270, op grond van de familie Cancellieri die toen buiten de stadsmuren lag, en daarom heette ze Santa Maria del Poggio. Van de oorspronkelijke kerk is de klokkentoren over, 27 meter hoog, met vier gotische vensters.